ASG Fire-Alert® Nederland — specialist tijdelijke brandveiligheid

// PILLAR · NORMEN

Ontruimingsalarm volgens NEN 2575 in tijdelijke situaties

Een brandmeldinstallatie zonder ontruimingsalarm is een halve installatie. NEN 2575 schrijft voor hoe het alarm klinkt, waar het hoorbaar moet zijn en welke stuurfuncties het activeert.

Alle artikelen2 juni 20267 min

Type A, B en stilalarm

NEN 2575 onderscheidt twee typen luidalarm: type A met gesproken woord (deel 2) en type B met het slow whoop-toonsignaal (deel 3). Daarnaast kent de norm stilalarm (deel 5), bijvoorbeeld voor zorgomgevingen waar intern personeel wordt gealarmeerd. Welk type nodig is, volgt uit de stroomschema's in de bijlagen van de norm.

Hoorbaarheid: 65 dB(A) regel

Het alarm moet overal in het te ontruimen gebied 10 dB(A) boven het achtergrondniveau klinken, met een minimum van 65 dB(A). In slaapruimten geldt 75 dB(A) aan het hoofdkussen — vergeet dit niet in zorgprojecten.

Tijdelijke sirenes, vaste eisen

De sounders in de handbrandmelders van een tijdelijke installatie moeten dezelfde dekking halen als het vaste systeem. Wij rekenen dat per zone door met geluidsdrukmetingen na installatie, niet op basis van theoretische dekkingstabellen.

Stuurfuncties

Het ontruimingsalarm stuurt liften terug naar de begane grond, opent deuren in vluchtroutes en activeert eventueel de RWA. In tijdelijke setups regelen wij dit via de WES3 Interface-eenheid met potentiaalvrije contacten. Die koppeling is onbewaakt, daarom testen wij haar bij oplevering en periodiek.

Klaar om uw project te borgen?

Bel ons direct of vraag een offerte op maat aan. Reactie binnen één werkdag.